Het Comité van Aanbeveling zal bestaan uit personen die hoge maatschappelijke functies bekleden, zowel binnen de academische wereld als daarbuiten.

Comité van Aanbeveling:

Mw. prof. dr. D.C. van den Boom, Rector Magnificus Universiteit van Amsterdam
Dhr. prof. dr. F.A. van der Duyn Schouten, Rector Magnificus Vrije Universiteit
Dhr. prof. dr. mr. F. Bolkestein, oud-fractievoorzitter VVD Tweede Kamer der Staten-Generaal, oud-lid Europese Commissie, bijzonder hoogleraar Technische Universiteit Delft en Universiteit Leiden
Dhr. dr. A.H.G. Rinnooy Kan, Hoogleraar Economie en Bedrijfskunde UvA, oud-voorzitter Sociaal Economische Raad
Dhr. drs. F.A. van Houten, President en CEO Royal Philips
 

Dhr. Rinnooy Kan vertelt:

“Hedendaagse studenten willen én moeten zich onderscheiden. De A.S.C. Academy helpt daarbij door talentvolle Amsterdamse studenten de mogelijkheid te bieden om zich op academisch vlak te verdiepen. Dergelijke initiatieven dragen niet alleen bij aan de ontwikkeling van het individu, maar versterken op termijn ook de internationale reputatie van de Amsterdamse Universiteiten.

Amsterdamse studenten kunnen de competitie met hun internationale tegenhangers heel goed aan. Ze moeten het alleen durven. De A.S.C. Academy heeft, doordat zij haar oorsprong vindt in een vereniging van zo’n 3000 leden, ook de kracht om het belang hiervan bij studenten onder de aandacht te brengen.

Iedere Amsterdamse student kan aanspraak maken op een beurs van de A.S.C. Academy. De criteria? Verder kijken dan je neus lang is. Buiten de gebaande, nationale paden durven te treden. Een ambitieus plan dat hand in hand gaat met de realiteit.

In mijn functie als lid van het Comité van Aanbeveling onderschrijf ik deze doelen van harte. Als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam merk ik uit eerste hand dat ook de academische grenzen vervagen. Initiatieven als de A.S.C. Academy spelen hier op een prachtige manier op in.”

Mevr. van den Boom vertelt:

‘Om als student de beste uitgangspositie voor een succesvolle professionele loopbaan te verkrijgen, is niet alleen een ijzersterke bachelor-of masteropleiding belangrijk. Daar begint het weliswaar mee, maar in deze moderne, globaliserende samenleving  zijn ook internationale competenties onmisbaar.

Hoe kun je deze competenties beter opdoen dan door een periode van je studie in het buitenland door te brengen? Het helpt onze studenten zich te ontplooien, zowel op academisch als persoonlijk vlak. Ze worden erdoor voorbereid op een toekomstige loopbaan in de wereldwijde arbeidsmarkt.

ASC Academy biedt studenten de mogelijkheid om hun internationale dromen en ambities te realiseren. Het mooie is dat de beurs voor iedereen open is, ongeacht waar je vandaan komt of je achtergrond.

Als rector magnificus van de UvA – en als lid van het Comité van Aanbeveling – ben ik er trots op dat de Amsterdamse studenten van het A.S.C./A.V.S.V. zich op deze manier inzetten voor de ontplooiing van medestudenten. Een initiatief als de A.S.C. Academy onderschrijf ik daarom van harte.’

Dhr. van der Duyn Schouten vertelt:

‘Was tien jaar geleden een studieverblijf in het buitenland nog de manier om je van je medestudenten te onderscheiden, tegenwoordig heb je iets uit te leggen als je je niet een deel van je opleiding aan een buitenlandse universiteit hebt genoten. Wetenschappelijk onderwijs is nu eenmaal per definitie internationaal georiënteerd en ontleent haar betekenis niet zozeer aan de boeken die je hebt bestudeerd, maar veeleer aan de wetenschappers van wie je college hebt gekregen. En daarom is het een verrijking onder het gehoor van veel toonaangevende internationale wetenschappers te hebben gezeten of zelfs met hen te hebben samengewerkt.

Overigens is het ook een welbegrepen eigenbelang van ons als universiteit om juist onze beste studenten naar het buitenland te zien vertrekken. Er is geen effectievere bijdrage aan de versterking van onze reputatie denkbaar.

Als wetenschapper en als rector magnificus verwelkom ik daarom met veel enthousiasme het initiatief van A.S.C./A.V.S.V. om beurzen voor een studie in het buitenland ter beschikking te stellen. Ik hoop dat vele VU-studenten deze kans zullen aangrijpen om daarmee een essentiële bijdrage te leveren aan hun internationale wetenschappelijke oriëntatie.’